Dutch

Wilma

Wachten op ruimte

Elke dag is het weer een ding. Ik heb mijn bureaustoel aangeschoven, mijn toetsenbord recht gezet en mijn muis er rechts naast. Ja, ik zorg elke dag dat ik mijn bureau zo netjes mogelijk én zo leeg mogelijk achterlaat.

Als ik de trap van het oude pand afloop en daarna de deur dichtgooi (ja, dat moet daar) zie ik mijn grijze clio al staan. Hij gaat me weer naar huis brengen. Ik draai van de grindparkeerplaats het asfalt op en moet een klein stukje rijden om op de ‘grote’ weg te komen. Ik bedoel eigenlijk gewoon de doorgaande weg wat niet meer het terrein van het kantoor is.

En dat is het punt. Het is er altijd druk. Ik moet eerst een fietspad oversteken voordat ik de weg op kan draaien. Elke dag is het weer de vraag of ik er tussen kom. Nee, trouwens: niet óf, maar eerder wanneer.

Soms verbaas je je over de naastenliefde van anderen. Want ook zij staan in de file en moeten wachten voor het stoplicht. Ze laten je dan toch gelijk voor. Andere keren verbaas je je over het gebrek aan naastenliefde.

Een stroom aan auto’s gaat voorbij, ik ga nog wat verder naar voren staan. Het moet toch duidelijk zijn zo? Hallo? Mag ik even tussendoor? Uiteindelijk gunt iemand mij de ruimte.

Laatst probeerde ik het anders. Ik dacht: als ik nou gewoon iets brutaler ben. En daar waar een heel kleine ruimte was gooide ik mijn auto er tussen. De auto achter mij moest duidelijk remmen. Snel reed ik naar het stoplicht, nog net groen. De auto achter mij moest stoppen. Een klein schuldgevoel bekroop mij. Ik was best asociaal.

De volgende keer dat ik die weg op wil,  dan wacht ik wel weer even op ruimte.

PS: als je dit gelezen hebt, dan laat je de volgende keer vast een beetje van je naastenliefde zien als je bij een langs een uitrit komt. Toch?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *