Dutch

Wilma

Waardevolle ezel

Daar liep ik dan, alleen door Budapest. Ik zocht even een plek om rustig te zitten. Ik moest mijn gedachten ordenen. Ik wilde eigenlijk even niks doen. Aan het water zou dat vast lukken. Dat verliep toch wat anders. Positief anders.

Een mooie kerk aan mijn linkerkant en een grote witte brug links voor mij. Richting die brug zou ik lopen. Via een trap kon ik daar vast opkomen, om te genieten van het uitzicht. Terwijl ik richting de trap liep, viel mijn blik op wat anders.

Een doosje op zijn kop. Wat kurken op stokjes er omheen. Een bordje met wat Hongaarse woorden. Een plastic beker. Ik realiseerde me dat hier iemand had gewerkt. Ik keek rond en jawel, daar zaten ze. Twee mannen op een houten bankje: ongeschoren, oude kleding en een plasticfles met wat drinken. Je begrijpt het al: twee zwervers. En in het midden? Een kartonnen doosje met spullen voor het maken van de kurken voorwerpen. Takjes, kurken, schaartjes, satéprikkers; werkelijk van alles.

Ik liep door naar de trap die ik voor ogen had. Ik liep de trap op en liet deze zwervers achter mij. Dacht ik. Hoe hoger ik de trap op liep, hoe meer ik bedacht dat ik naar hen terug moest gaan. Maar ik liep verder. Bovenaan de trap deed ik mijn tas open, ik pakte mijn portemonnee en deed wat geld in de zak van mijn spijkerjasje. Dat was voor hen. En toch, toch liep ik door. Ik wilde die foto op de brug maken. Maar na een tiental stappen, een selfie en een moment van uitzicht besloot ik om terug te gaan. Richting de twee mannen. Ja, je leest het goed. Richting… Ik durfde nog niet te gaan, ik wilde eerst nog even kijken. Was ik bang? Ik zag dat ze actief bezig waren. De ene aan het snijden, de ander zorgde dat de voorwerpen bleven staan. Het was teamwork. Ik liep de trap af. En? Ja, echt. Ik liep hen voorbij. Ik voelde nog twijfel; ik was alleen, zij waren samen. Het was half onder een brug. Was ik wel veilig? Ik liep een tiental stappen en draaide me weer om. Ik moest naar hen toe.

Daar ging ik. Bewust rechtop liep ik op hen af. ‘Do you speak English?’ Nee, dat deden ze niet echt. Ja, ‘a little’, maar dat was ook zo ongeveer het enige. Met wat gebaren en wat Engels probeerde ik te vragen wat ze maakten. Ze waren verbaasd. Sprak iemand hen ooit aan? Of liep iedereen hier met een boog omheen? Zou iemand hun wat vragen? Of was ik de eerste? Van alles ging door mijn hoofd. Bij de een kwam een glimlach. Bij de ander daarna ook. Ik vroeg aan hen of ik hun werk mocht bekijken. Vol trots toonden ze hun gemaakte hert, een varken, een beertje. Van alles. Ik keek naar hen. Wat werden ze blij van dat kleine beetje aandacht.

‘Can you make a donkey?’ vroeg ik hun. Ik had een ezel nodig voor een foto opdracht. Dus ik bedacht mij dat ik er wel een kon laten maken. Ze begrepen mijn vraag niet. Via Google translate zocht ik het Hongaarse woord voor ‘ezel’ op. ‘Szamár’ kenden ze helaas ook niet. Google afbeeldingen dan misschien. ‘Aah…!’ en toen een heleboel Hongaarse woorden. Volgens mij hadden ze wel een idee. De een pakte een kurk. De ander liep naar het gemaakte werk. Een woordenwisseling. Ik begreep het niet. Ze gingen harder praten. Even was ik bang dat ze ruzie zouden krijgen. Blijkbaar zeiden mijn ogen dat ook. ‘It’s good, it’s good’ zei de een. Samen discussiërend en nadenkend gingen ze aan de slag. Voor mij een mooie kans. Ik maakte een foto. Ik vroeg hen van alles. Maar helaas, de taal beperkte ons.

Vol vermaak keek ik toe hoe zij werkten aan mijn ezel. De ene man had weinig geduld, al snel kwam er een peuk tevoorschijn. Hij glimlachte aardig en vertelde hele verhalen. Ik kon lang niet alles verstaan, dus was het mijn beurt om te glimlachen. De andere man kluste maar door. En maakte glunderend het beestje.

Na zo’n tien minuten, kwam de zwerver overeind. ‘Look—at—this’ kwam eruit. Hij gaf opnieuw een glimlach. Hij toonde zijn gemaakte ezel. Een ezel met puntoortjes. Een ezel met trots gemaakt. Heel veel trots. Ik had mijn telefoon in de hand. ‘Photo, picture’ zei de rokende man terwijl hij naar mijn telefoon wees. ‘No, I will give you the money first’ was mijn antwoord. Ik haalde het geld uit mijn jaszak. Had ik er maar meer in gedaan. ‘For you and your friend’ waren mijn woorden. ‘Everything together’ was zijn antwoord. Wat mooi. Wat puur. Veel tijd voor nadenken had ik niet. Ik hoorde opnieuw de rokende man. ‘Photo, picture’ En ja, eerlijk is eerlijk, die wilde ik maar al te graag maken. Eerst met de makende man en de ezel. Daarna met beide mannen. Het was prachtig. Ze waren zo blij. Het beetje aandacht deed hen goed. En mij daarom ook. Het was tijd voor afscheid. Terwijl de mannen een arm om elkaar heen sloegen, ging ik weg. De ezel in mijn hand. Een ezel met meer waarde ga ik niet treffen. Mijn waardevolle ezel. Handgemaakt. Uit Budapest.

En morgen? Dan loop ik even langs de brug.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *