Dutch

Hannah

Natgeregend

Het regent en niet zo’n klein beetje ook. Ik ging expres later van huis om deze bui te ontlopen, maar dat is mislukt. Handschoenen en regenpakken heb ik afgeslagen. Dat onmodieus tenue heb ik niet nodig. Ik kan mezelf wel voor mijn hoofd slaan.

Zelfmedelijden

En nu zit ik op de fiets naar het depot. Als een ervaren postbode probeer ik me zo min mogelijk van het weer aan te trekken, maar het lukt niet. Het is nat en koud. Mijn capuchon komt met moeite tot aan mijn haargrens en het ijskoude regenwater op mijn voorhoofd voel ik tergend langzaam naar beneden glijden, door mijn wenkbrauwen, mijn ogen in. Mijn ogen doen pijn, maar ik kan ze niet met mijn handen droogwrijven. Die zijn namelijk nat en doof geworden door de natte regen en koude wind. Ik zie ze steeds blauwer worden. Mijn knieën zijn nat en koud en doen zeer, want in dat eventjes zijn mijn rok en legging volledig doorweekt.

De sterke tegenwind maak het er absoluut niet behaaglijker op en met elke gefietste meter groeit het zelfverwijt. Had ik maar naar mijn ouders geluisterd. Had ik maar handschoenen aangedaan, was ik maar eerder van huis vertrokken, had ik maar mijn regenbroek aangetrokken. Ik merk dat ik het met mezelf te doen heb en vol zelfmedelijden merk ik dat ik langzamer ga fietsen.

Ik denk aan natte brieven, aan doorweekte folders en gescheurde pakketten. Ik denk aan de hoeveelheid mensen die me die natte brieven, folders en pakketten in het verleden al hebben verweten.

Ik voel hoe een zweetdruppel met enige snelheid over mijn achterhoofd in mijn nek glijdt en uiteindelijk tussen mijn schouderbladen terecht komt. Ondertussen sta ik voor een rood verkeerslicht. Ik kan wel huilen.

Wat een toestand.

Ouderlijke raad met een knipoog

Het licht springt op groen en ik stap op. Daar fiets ik dan, zonder enig relativeringsvermogen. Ik zie niet dat andere fietsers hetzelfde doormaken als ik. Ik zie niet hoe een collega mij groet, als was het ter bemoediging. Ik merk niet dat automobilisten mij voorrang geven. Ik merk niet dat het weer wat opklaart. In mijzelf gekeerd, zonder enige aandacht voor de omgeving vervolg ik mijn weg.

Ik arriveer op het depot. Inmiddels is het gestopt met regenen. Het regenwater klotst nog na in mijn schoenen. Treurig kijk ik naar beneden. Alles zal opdrogen, maar die broeierige vochtigheid in mijn schoenen is een goede habitat voor het ontwikkelen van schimmeltenen. Ik mompel een excuus richting mijn tenen en ga werken. Als ik over drie uur thuis kom, zullen het mijn ouders zijn die mij bij de poortdeur al opwachten met een handdoek, een gloeiende kachel en de woorden: ‘Kind, kom binnen. Je trof het niet vandaag, hè?’ Mijn eigenwijsheid zal dan moeten buigen onder een veelbetekenende knipoog. Dan moet ik wel toegeven: ouderlijke raad op zijn tijd opvolgen, is zo slecht nog niet, toch?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *