Dutch

Gijsbert

Een Verschrikkelijk Beest

Ik was er nog nooit geweest. Niemand in de auto was er ooit geweest. Een persoon had ervan gehoord van een collega. Ik zat achter het stuur. Opeens moest ik de verharde weg af en links een gatenkaasweg op. Na veel stuiteren kon ik niet verder rijden, dus parkeerde ik de auto. Achteruit, zoals de meeste mannen dat doen. We stapten uit. Ik keek naar beneden, naar mijn nieuwe schoenen. Die waren nu al vies, en ik had nog niet eens een stap gezet. Alleen maar uit de auto gestapt.

Daar gingen we, met z’n drieën. Het was verschrikkelijk koud. Ik kreeg al snel last van mijn knie. Dat had ik wel vaker, dus geen paniek. Wel vervelend. Ik keek om mij heen. Het was een geheel nieuwe omgeving voor mij. Het had wel wat weg van plaatsen waar ik was geweest, maar daar kende ik de weg en hier niet. Wie weet wat er zou gebeuren. Ik hoorde een vliegtuig boven ons hoofd passeren.

We liepen door. Toen kwam hij tevoorschijn. Het verschrikkelijke monster. Een gruwelijke doorn in het oog. Een verschrikkelijk beest vergeleken met de rest van de omgeving. Een epidemie in onze wereld. Overal aanwezig. Van de donkere hoeken van de slechtste steegjes tot in de grote zalen van de grootste paleizen. Vreselijk.

Wij liepen namelijk in het bos, niet ver van waar ik woon. Het was een prachtig stukje bos. Daar wandelden we op eerste kerstdag. Het was koud, maar wel supermooi. Een prachtige kleur groen van gras, bomen, mos en van alles. We hebben wilde dieren gezien en vogeltjes gehoord. En toch kwam hij uit onze broekzak, de mobiel. We hadden deze nodig om het plekje te vinden dat we zochten.

Ik ben opgegroeid in een vallei, tussen de bergen. Door de natuur lopen was ik haast gewend. En hier is dat anders. Hier in Nederland is het een genot om een plaats te bereiken waar je menselijke bouwsels niet kan zien, maar alleen Gods schepping. Maar wij zijn gevangen in een wereld van technologie. Mijn mobiel gaat overal mee naar toe, zelfs als ik in het bos ga lopen. Niet dat ik dat zo vaak doe, maar goed. Soms denk ik terug aan de tijd dat ik een klein kind was, toen dat allemaal nog niet bestond. Ik speelde lekker buiten. Op de computer een spelletje spelen was superleuk, maar mocht alleen heel kort. Als ik op internet zat, kon namelijk niemand ons bellen. Als ik verder terug ga kijken, zoals toen mijn ouders klein waren, zie ik weer een heel ander beeld. Ik hoor verhalen van toen mijn ouders verliefd waren. Zij stuurde geen appjes naar elkaar, zij stuurde brieven! Dat kostte gewoon tijd. Je moest er wat voor doen. Je kon geen blauwe vinkjes zien. Ook niet of iemand online was geweest. Het was een tijd die ik mij niet kan voorstellen. Totaal anders. En het wordt bijna cliché. Je ziet tegenwoordig vaak borden of reclames die waarschuwen tegen het gebruik van je telefoon. En al helemaal als je achter het stuur zit. Denk maar aan de MONO borden langs de snelweg. Toch wil ik een ander aspect belichten. Wat mis je als je telkens maar bezig bent met dat ding?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *