Dutch

Wilma

Die hulp was niet nodig

Ik had een lange dag gewerkt. Maar het zat er weer op. Ik kon lekker richting huis gaan. Ik hoefde niet te koken en had ’s avonds niks. Heerlijk!

Zonder files kom ik de snelweg af en rijd ik over het industrieterrein naar de stoplichten. Soms moet ik hier zo ontzettend lang wachten. En voor het geval dat je denkt dat ik overdrijf: de langst getimede tijd is 7 minuten. Echt lang dus.

Nu sta ik vooraan. Ik wacht nog niet zo heel lang. De fietsers- en voetgangersoversteekplaats mogen eerst. Een aantal fietsers springen op de fiets en steken snel over. Iemand komt nog snel aan fietsen. Er waren geen voetgangers. Oh, jawel! Huh, wat doet die dame nou? Het ziet er onhandig uit.

Een al wat oudere vrouw loopt met haar fiets in de hand. Ze kijkt niet blij. Heeft ze hulp nodig? Is haar fiets kapot? Ik kijk snel even naar haar banden. Ziet er goed uit. Of is misschien de ketting er af? Of wacht, zou ze zo weer op haar fiets springen? Of, nouja, op haar fiets stappen dan…

“Terwijl ik langs reed stak ik mijn hand op. Dat kon ze helemaal niet zien. Maar wat maakt dat nou uit.”

De dame is gepasseerd, ze is rechts de zijstraat in gegaan waar ik ook zo heen ga. Mijn stoplicht staat nog steeds op rood. Ik denk aan de dame. Wat zal ik doen als ik zo langs haar rijd en ze loopt nog steeds? Zal ik stoppen? Ik keek in mijn binnenspiegel of de auto achter mij ook die straat in zou gaan. Wat zal ik doen?

Groen!

Groen! Nog even checkend of er geen fietsers rechts naast mij rijden, draai ik de zijstraat in. Waar is de vrouw? Ja! Daar!

En met dat ik kijk, stapt ze op haar fiets. Mijn hulp is helemaal niet nodig. Stiekem vind ik het jammer, ik heb eigenlijk wel zin om iemand te helpen. Maar wel gelukkig voor mevrouw. Terwijl ik langs rijd, steek ik mijn hand op. Dat kan ze helemaal niet zien. Maar wat maakt dat nou uit.

PS: Deze blog is geschreven voor de Corona-periode

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *