Dutch

Ik deed de deur dicht, deed mijn rugtas van mijn rug af en ging zitten. Ik kwam er wel vaker. Het was er stil, niet best verlicht en de ruimte was nogal klein en muf. Ik keek om mij heen en durfde me niet af te vragen wanneer de ruimte voor het laatst grondig was schoongemaakt.

De muren hingen vol met uitnodigingen voor feestjes die allang gehouden waren. Er hingen aankondigingen van interdisciplinaire buitenlandreizen en besluiten van de facultaire studentenraad. De deur was beplakt met stickers met vage, filosofische leuzen en pr-materiaal van links-activistische groeperingen.

Mijn oog viel te midden van de chaos op een witte ronde sticker, ter grootte van een bierviltje. Het Actiefonds vroeg me met rode letters: ‘Strijd jij nog ergens voor?’ De sticker was me niet eerder opgevallen. Ik wist dat ik hier nog wel even zou zitten en gaf mezelf de tijd om een antwoord te formuleren. Ik ging er maar vanuit dat de oorspronkelijke gedachte achter deze vraag niet bepaald bevindelijk-levensbeschouwelijk was. Onder de sticker hing een andere sticker en meldde me in het rood Radio Voorwaarts. Aha, waarschijnlijk vallen deze stickers oorspronkelijk onder de categorie links-activistische studentenbeweging. Maar de vraag blijft staan. Waar strijd ik voor?

Ik dacht aan mijn ‘carrière’ tot dusver. Ik heb een havodiploma en eerlijk gezegd kon ik, met extra strijd, ook een vwo-diploma halen. Een opleiding binnen de pretfaculteit Geesteswetenschap is met enige inspanning ook makkelijk te halen. Ik doe wel mijn best, maar ik strijd niet. Dus wat betreft strijden, is carrière een dood spoor. Ik las de vraag nog eens. Strijd jij nog ergens voor?

Ik zou het echt niet weten. Ik stond op, hees mijn tas op mijn rug en ging buiten een luchtje scheppen. De vraag spookte door mijn hoofd. Strijd jij nog ergens voor?

Het suggereerde dat het normaal is om te strijden, maar waar strijdt ik dan voor? Ik heb een relatieve plek in de maatschappij. Ik hoef die niet direct te verdedigen en daar mag ik trouwens best wel eens dankbaar voor zijn. Toch? Er zijn tal van mensen die deze plek niet hebben gekregen.

Maar als het normaal is om te strijden, dan moet ik ook een strijd kennen, nietwaar? Ik peinsde verder. Dan kent iedereen een strijd. Misschien is die strijd niet continu en mag ik me soms aan een rust laven. Maar als ik dan weer moet strijden, weet ik dan onder welke banier ik strijd?