Dutch

Sinds conceptie ben ik lid van een christelijk gezin. Een gezin dat gewend is elke zondag meerdere malen naar de kerk te gaan. En zo ging ik, vanaf het moment dat ik stil kon zitten, mee naar de kerk. Daar wen je langzaam aan. Dat wordt onderdeel van je wekelijks structuur. Best gezond voor een jong kind om een goede structuur te hebben. Ik zie het als een zegen dat ik daarvan heb mogen genieten.

Ik woonde in het buitenland. Bij ons was het heel gewoon dat mannen een pak aandeden naar de kerk, ook van jongs af aan. Ik denk dat ik een jaar of zeven was toen ik mijn eerste pak kreeg. Apetrots was ik, “kijk mij eens stoer zijn!” Daar liep ik, in mijn mooie kleren. Langzamerhand begon ik het raar te vinden als jongens geen pak aan hadden, laat staan toen er Nederlanders de kerk binnenkwamen! Sommige mannen hadden overhemden aan met roze! En met bloemetjes! Het was te gek om er ook maar over na te denken dat ik dat een keer zou doen. Nederlandse gekkigheid was dat. Bloemetjes, als man zijnde. Kon echt niet.

Inmiddels ben ik een beetje groter geworden (volwassen is wel een groot woord hoor), en ik woon al heel wat jaartjes in Nederland. Een van mijn lievelings overhemden heeft niet alleen bloemetjes, maar ook vliegjes, vlinders en kevers. Ik ben veranderd. Mijn kledingkeuze is veranderd. Ik spuit zelfs een luchtje op in de ochtend. Tien jaar geleden peinsde ik daar niet over. Toen was dat Nederlandse gekkigheid. Nu is dat normaal.

Gek is dat hè, dat je gewoon kan veranderen. Je voorkeuren kunnen veranderen. Je perceptie van normaal kan aanpassen. Je blik is anders. Ik heb geen idee hoeveel tijd en aandacht jij besteed aan je kerkkleding. Misschien interesseert het je niet. Misschien kijk je er heel anders tegenaan dan toen je een kind was. Misschien is het een van de belangrijkste momenten van de week, want mensen moeten wel zien wat voor nieuwe kleren jij draagt. Misschien draag jij kleren die je bewust hebt uitgekozen omdat je weet dat God aanwezig zal zijn. De vraag komt in mij op: waar gaat het nou eigenlijk om?

Ik zal heel eerlijk zijn. Ik draag mooie kleren naar de kerk omdat ik dat leuk vind. Ik kies ze niet bewust uit voor God, ik kies ze bewust uit voor alle mensen die naar mij zitten te kijken als ik binnenloop. Mensen kijken. Dat weet ik. Daarom maak ik bewuste keuzes. Niet te traditioneel, maar ook niet te casual, en al helemaal niet mijn alledaagse kleren. Men zegt dan: ‘Gijs, wat heb je een mooi overhemd aan!’ Ik zeg heel beleefd ‘dankjewel’, en van binnen word ik warm van trots. Deze heb ik uitgezocht. Het heeft me wat gekost, maar mensen vinden het mooi. Dat is goed. Dat wil ik.

Waar gaat het nou eigenlijk om? Wat denkt God van mijn overhemd? En van jouw kleren? Het is een vraag. Ik weet het antwoord niet. Ik kan niet denken wat God denkt. Ik kan wel naar mijn hart kijken, naar mijn eigen insteek om naar de kerk te gaan. En vaak stel ik mijzelf dan teleur. Of God teleur. Ik kom niet voor Hem, ik ga voor mijzelf. Mijn kleding is gericht op mijn eer. Mensen kunnen dat allemaal dan niet zien, maar ik moet eerlijk zijn tegen God, want Hij ziet het wel. Hij weet het wel.

Misschien moet ik ook zelf in de kerk minder naar de kleren van anderen kijken. Ik weet het bijna wel zeker. Niet dat ik daar naar iedereen zit te kijken, maar al dan niet onbewust merk ik het echt wel als ik iemand zie in kleren die niet in mijn beeld van zondagse kleren passen. Het wordt voor mij een kunst om dan naar mensen te gaan kijken, niet als verklede lichamen, maar als waardevolle zielen die ooit God gaan ontmoeten. Niet oordelen op kleding of houding, maar het gesprek aangaan over hun eeuwige toekomst. Over de liefde van God. Over de rechtvaardigheid van God. Over een oceaan van genade en zondaarsliefde. Amazing!