Dutch

Wilma

Beetje toekijken?

Heb ik alles? Sleutel, broodtrommel, flesje water… Mobiel? Ja! Ik trek de voordeur achter mij dicht en loop de trap af. Ik woon in een bovenwoning. Bovenaan de trap is water blijven staan. Het is glad en koud. Ik trek mijn sjaal wat verder over mijn gezicht. Het zal er vast niet uitzien, maar warm is het wel.

Mijn kleine grijze auto staat er wit bij. Gelukkig heb ik gisteravond een kleedje over het voorraam gelegd. Scheelt toch weer iets. Eerst even de kachel aanzetten. Ik draai het contact aan en? PATS! Hmm? Wat was dat? Geen idee. Eerst maar krabben.

Zo, alles eraf, vlug door naar m’n werk. Al glibberend over het erf druipt er water van m’n autodak over de voorruit. Ruitenwissers aa… hmm… Nog een keer. Een tandje omhoog dan, of naar beneden? Wanneer staan ze ook alweer uit? Geen idee, laat ik maar naar m’n werk gaan. Dat beetje water druipt er vanzelf af.

Na m’n werk loop ik weer richting de auto. Owja, die ruitenwissers. Toch maar even de garage bellen. ‘Ben je toevallig lid van de ANWB?’ ‘Jazeker.’ ‘Als je die vanavond laat komen kunnen ze het misschien zo verhelpen.’ ‘Goed idee, dat ga ik doen.’

Pechmelding in de app, een belletje er achteraan en binnen een uur staat hij op het erf. Jan van de ANWB ging voor mij aan de slag. En toen ging ik het voelen. Waarom kan ik niks doen? Owja. ‘Wilt u misschien iets drinken?’ ‘Nee hoor.’ Ow. Ik loop een rondje om de auto. Waarom had ik geen dikkere schoenen aan? Zou hij het vervelend vinden als ik zo mee kijk? Ergens vind ik het interessant, maar ik weet er niks van. Hij vertelt dat hij de zekeringen even doormeet (of zoiets). Ik vind het meer lijken op dokter Bibber. Bibber. Koud. Ik loop nog maar een rondje om de auto. En weer terug. Kon ik misschien nog wat doen?

‘Zo, ik ga dit gedeelte even openmaken.’ ‘Prima.’ ‘Wil je deze twee moertjes voor mij vasthouden?’ Yes! Ik kan wat doen! Met twee moertjes stevig in mijn hand geklemd durf ik wel weer even toe te kijken. Waarom wil ik eigenlijk zo graag ook wat doen?

Een half uur later is het zover. ‘Ik heb een noodkabeltje gespannen, wel binnenkort mee naar de garage gaan.’ Ik vind het echt helemaal prima. Ik had het zelf niet gekund. Ik ben Jan van de ANWB dankbaar. Soms moet ik misschien wat meer accepteren dat andere mensen ook dingen voor mij doen. Je doet toch zelf ook graag dingen voor anderen, Wil? Owja.

Ik trek mijn sjaal wat verder over mijn gezicht. Het zal er vast niet uitzien, maar warm is het wel. Snel de trap op naar een warme maaltijd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *