Dutch

De eerste keer dat ik mee ging eten op de activeringsafdeling van de inloop in Rotterdam, werd ik met grote ogen aangekeken. Bij het opscheppen had ik namelijk gezegd dat ik geen vlees hoefde. Mijn buurmannen keken me vragend aan. Mijn verklaring van “ik ben vegetariër” is normaal gesproken afdoende. Sommige mensen willen nog weleens weten waarom of vertellen hoe lekker zij vlees vinden, maar dat is het wel. Ik pakte dus mijn vork om te beginnen met eten, maar zag dat mijn buurmannen me allemaal aan zaten te staren. Waarom zou je nee zeggen tegen eten dat je zo kunt krijgen?!

Toen viel bij mij het kwartje: kunnen kiezen wat je wel en niet eet, is eigenlijk een luxe. De meeste van deze mannen hebben niet zoveel keuze. Ze moeten het doen met wat er bij Ontmoeting of een andere instelling op het menu staat. Of met wat er in het pakket van de Voedselbank zit. Of ze moeten boodschappen doen met een krap budget. Al te kieskeurig zijn met wat je wel en niet lust, is dan niet mogelijk. Laat staan een koolhydraatarm of vegetarisch dieet.

Sommige van hen vinden dit prima. Zo vertrouwde een cliënt mij toe dat hij inmiddels wel een woning heeft, maar geen zin in boodschappen doen, koken en afwassen heeft. Zijn oplossing? Ontbijten bij de Hema voor 1 euro, tussen de middag bij Ontmoeting warm eten voor 1 euro en eind van de middag eet hij altijd bij een andere zorginstelling vlakbij Ontmoeting, waar het zelfs gratis is. “Voor twee euro per dag ben ik klaar en heb ik nog gezelschap ook!” Eigenlijk best een slimme jongen.

Het is mooi om te zien dat deze mensen dat wát ze hebben, vaak niet voor zichzelf houden. Een man die bij de supermarkt een gratis appeltaart kreeg, kwam deze delen met zijn makkers op de inloop. Een andere bezoeker had op de markt vers fruit gekocht, maar ja, wat moet je nu in je eentje met een kilo fruit? Een Marokkaanse jongen had van zijn moeder een zelfgebakken taart gekregen, of wij ook een stukje wilden proeven, want zijn moeder kon echt heel goed koken. Wij konden dat al snel met (letterlijk) volle mond beamen!

Een andere eigenschap van onze cliënten is overigens lekker recht voor z’n raap zijn. Eén van hen merkte droog op: “Ben je vegetariër?! Dat is ook niet aan je te zien!” Wijzend op mijn figuur dat niet bepaald maatje 36 is. Tja, gelukkig hoeven vegetariërs tegenwoordig niet meer op sla te leven..

Een jaar of twee geleden werd ik door een ouderling van mijn gemeente gevraagd of ik namens onze gemeente lid wilde worden van het Ontmoeting-comité. Hij wist niet dat ik ook bij Ontmoeting werk, maar het leek me wel leuk om te doen (en sowieso een beter idee dan zijn vorige vraag of ik de zondagsschool wilde leiden J ). Ontmoeting vond het ook geen probleem dat ik deze twee rollen zou combineren, dus sindsdien ben ik in mijn vrije tijd actief voor het comité. We organiseren onder andere elk jaar een huis-aan-huis-collecte en een voorjaarsmarkt.

Om dit alles te regelen wordt er ook een paar keer per jaar vergaderd, wisselend bij één van de leden thuis. Tot voor kort was ik nogal klein behuisd, dus kon er geen vergadering bij mij thuis plaatsvinden. Een paar maanden geleden was ik echter verhuisd naar een ruimer appartement, dus de afgelopen keer had ik aangeboden dat het wel een keer bij mij thuis kon.

De avond ervoor had ik mijn drie klapstoeltjes uit de berging gehaald en brownies gebakken – een goede gelegenheid om iets te bakken zonder in je eentje met een hele taart te blijven zitten, wat ik op zich niet zo erg vind, maar de weegschaal minder goed opvat. Ik was er klaar voor. Voor de beeldvorming is het goed om te weten dat ik een heel bont interieur en (behalve mijn sokken) geen twee dingen hetzelfde in mijn huis heb. De andere comitéleden zijn iets traditioneler…

Het comité heeft vijftien leden. Een vergadering wordt gemiddeld door acht tot tien mensen bezocht. Nu kwamen er echter veertien mensen opdagen, een nieuw record. Ik had twaalf stoelen, veertien bekers, tien bordjes en zes vorkjes (voor de wat smeuïg uitgevallen brownies). Dat werd improviseren. Er werden twee kastjes aan de kant geschoven om de zithoek te vergroten. Vier mensen aten hun brownie uit een bakje in plaats van van een bordje, met hun koffielepeltje in plaats van met een vorkje. De voorzitter leidde de vergadering staand en ik zat op de grond. Ik heb geen koffiezetapparaat en zet altijd een kop koffie met zo’n losse filterhouder. Als je op die manier een stuk of tien koppen koffie gaat zetten, ben je uren bezig, dus ik had poederkoffie ingezet. Zelf vind ik dat ook wel prima, maar blijkbaar denken de meeste mensen er anders over. De tweede ronde drinken wilde opeens iedereen liever thee of water. Maar omdat al mijn bekers inmiddels in gebruik waren, moesten we eerst alles afwassen.

Toen ik zo (zittend op de grond) de kring eens rondkeek naar een paar keurige dames die op mijn paarse bank hun brownie met een koffielepeltje uit een bakje aten, kon ik mijn lachen niet inhouden. ‘Twee werelden die elkaar ontmoeten’ is dus niet alleen iets voor als je met een cliënt praat!

Ding dong! Er werd aangebeld bij het kantoor van Ontmoeting in Rotterdam-centrum. Op de camera zag ik een kale man met een grote, donkere baard staan. Hij was informeel gekleed en had tatoeages. “Goedemorgen,” zei ik over de intercom. “Ja, hallo, ik heb een afspraak,” was het antwoord. Ik dacht onmiddellijk: deze cliënt heeft een afspraak met één van de woonbegeleiders die boven werken. Dan moet hij één van de andere bellen gebruiken, zodat hij hen te spreken krijgt. Ik vroeg dus met wie hij een afspraak had, zodat ik hem de juiste bel kon aanwijzen. “Ik weet de naam niet meer,” zei hij. Tja, dat maakt het er natuurlijk niet gemakkelijker op. “Maar hij is de directeur,” voegde hij toe. Nu heeft Ed van Hell zijn kantoor in Houten, dus het verhaal werd alleen maar vreemder. Ik dacht op dat moment dat dit een bezoeker van onze inloop van de overkant van de straat was, die een klacht wilde indienen bij ‘de baas’. Ik probeerde de man wat af te poeieren.

Na nog enig heen en weer praten via de intercom (niet de meest handige manier van communicatie), bleek dat de man een afspraak had met de regiodirecteur, die inderdaad in ons pand zit. De man was helemaal geen cliënt, maar een medewerker van een organisatie uit ons netwerk. En ik had de afspraak nota bene zelf gemaakt (weliswaar per mail), want in die tijd deed ik nog veel agendabeheer. Toen het de man eindelijk gelukt was om binnengelaten te worden, bleek de baard overigens een netjes getrimde hipsterbaard, maar dat zie je niet op de camera 😉

Je hebt het vast al vaker gehoord: een eerste oordeel vormen over iemand gaat razendsnel. Iemands uiterlijk, kledingstijl, houding… We peilen het allemaal binnen een paar seconden en vinden er van alles van. Nu is een eerste inschatting van wie je tegenover je hebt niet per se verkeerd, maar onvermijdelijk en zelfs nuttig. Het gaat natuurlijk vooral mis wanneer de inschatting een oordeel wordt en het beïnvloedt hoe je de ander behandelt.

Als medewerker van Ontmoeting ‘ontmoet’ je soms de meest bijzondere mensen. Dan is de werkelijkheid vaak anders dan je eerste inschatting. Grote, gevaarlijk uitziende mannen zijn vaak ontzettend aardig. Kleine, onschuldig ogende vrouwen schelden je soms de huid vol. Een man met een oer-Hollandse voornaam sprak zo slecht Nederlands dat ik hem helaas niet heb kunnen volgen toen hij zijn visie op de situatie in Syrië gedetailleerd uiteen zette. En mensen met de meest onuitsprekelijke namen spreken soms accentloos Nederlands.

Maar ook hier geldt dat hoogmoed voor de val komt. Je denkt dat je inmiddels niet meer zo snel oordeelt, maar of die man met de afspraak met de regiodirecteur zich nou zo welkom voelde bij mij…

Het werk als secretaresse van een thuishaven-team is erg veelzijdig. Naast een heel aantal vaste taken, komen er ook veel onverwachte dingen tussendoor, of vragen waar niemand het antwoord op weet, dan kijken mensen ook al snel naar de secretaresse! En die weet inderdaad veel, maar uiteraard niet alles 😉

De meeste thuishavens verhuren ook een aantal kamers aan cliënten, zo ook in Kralingen. Maar ook daar gaat wel eens wat stuk. Favoriet: de ketel valt uit op vrijdagmiddag als het dat weekend gaat vriezen. Zie dan nog maar eens een monteur te regelen. Het andere uiterste komt ook voor: een bewoner die in paniek op vrijdagmiddag belt dat de ketel is uitgevallen en dan zouden ze het hele weekend geen verwarming hebben! Terwijl er een hittegolf was die voorlopig nog zou aanhouden..

Pas deed een kookplaat het niet goed meer. De onderhoudscollega die dit soort dingen normaal gesproken regelt, was niet beschikbaar. Dus keken de collega’s naar mij: ‘kan jij iets regelen?’ Webshops zijn dan je beste vriend, dus een nieuwe kookplaat was snel in huis. Maar dan? In het bijgeleverde boekje stonden ingenieuze tekeningen van een 2L-2N-schema en een verhaal over perilex-stekkers?! De stekkers van de oude kookplaat en de nieuwe waren hetzelfde, dus ik dacht: “Vast allebei perilex-stekkers, dat zie je zo”. 😉

Dus op naar het woonpand. Slechts 250m en twee smalle, steile trappen verderop, maar met een kookplaat onder je arm nog best een stukje. Ik ben dan zo eigenwijs om al het aanbod van hulp af te wimpelen. “Nee hoor, echt niet nodig!” De stekker van de oude kookplaat was een beetje te goed weggewerkt, terwijl de kookplaat plakte aan alle kanten. Erg enthousiast gebruikt, zullen we maar zeggen. Na enig gesjor stond de nieuwe kookplaat er. Aansluiten en klaar. Dacht ik.

Toen ik de stekker in het stopcontact stak, kwam er zo ongeveer een steekvlam uit. De onderhoudscollega vond het reuze gezellig dat ik hem op zijn vrije dag op zijn privé telefoon belde en wilde wel even meedenken. Hem was bij het aansluiten van de huidige kookplaat hetzelfde overkomen. Er blijkt dan dat er wat in de draadjes van de stekker aangepast moet worden. “Dus als je nou ff de stekker van de oude kookplaat open schroeft, kan je de draadjes in de stekker van de nieuwe kookplaat gewoon hetzelfde maken” ,was zijn advies.

Tja, één keer het pand bijna in de fik steken vond ik wel weer even genoeg. Ik heb dus de oude kookplaat maar weer teruggezet, de nieuwe kookplaat weer ingepakt en terug gesjouwd, alle aanbod van hulp nog een keer afgeslagen en een elektricien gebeld. Geleerde lessen: perilex-stekkers laten niet met zich spotten en van een kookplaat door de stad sjouwen krijg je spierpijn.