Dutch

LOSLOOPVERBOD

Als vrijwilliger van het dierenasiel mag ik honden alleen uitlaten als ze aangelijnd zijn. Ze kunnen er zomaar vandoor gaan en je weet nooit precies hoe ze reageren op mensen of op andere honden. Voor de zekerheid wandel ik altijd in een stuk bos waar honden aangelijnd moeten zijn. Ik loop niet graag de kans dat een onaangelijnd hondje op ons komt afstormen. Dat zou best eens vervelend af kunnen lopen.

Veiligheid voor alles. Vandaag op pad met Jillz, een kruising Berner Sennen/Duitse Herder. Als we nietsvermoedend een bospad inslaan, zie ik in de verte een bruin witte hond aan komen stormen. Niet aangelijnd… Z’n bazinnetje probeert hem al roepend op andere gedachten te brengen. Tevergeefs. De honden grauwen over en weer wat naar elkaar, maar daar blijft het gelukkig bij. Mevrouw lijnt verontschuldigend haar geliefde huisdier weer aan. Ik ben geïrriteerd, maar ook blij dat Jillz het hoofd koel heeft gehouden.

In het woon-werkcentrum in Epe proberen we het voor onze bewoners zo veilig mogelijk te maken. Een plek, soms ver van de ‘oude’ omgeving, waar veel structuur is, een drugs- en alcoholverbod, controles, een slaapwacht… Helemaal waterdicht krijg je het natuurlijk nooit. Onverwachte gebeurtenissen, verkeerde invloeden of verleidingen zijn niet altijd te voorkomen. Nu niet en straks in de maatschappij niet. Soms loopt dat niet goed af. Maar soms zie je dat bewoners sterk genoeg zijn om er weerstand aan te bieden. En dat is winst.

EEN HELE KLUIF

Het asiel heeft vandaag Rocky in de aanbieding als wandelhond. Een grote herder van een jaar oud. De begroeting is overweldigend. Ik word zo ongeveer ondersteboven gelopen van blijdschap. Hoewel ik bij herders altijd voorzichtig ben, zie ik al snel dat het wel goed zit. Dit is gewoon een hele grote, blije en sterke pup. Binnen een paar meter breekt de halsband doormidden. Opletten geblazen!

Van de asielmedewerker hoor ik dat Rocky als pup nooit echt is opgevoed door zijn vorige baasjes. Hij hoefde niks en mocht alles. Hij sliep zelfs in bed. En tja, als je dan een jaar verder bent, dan heb je ineens een forse herder met heel veel power. Een ongeleid projectiel. Gelukkig zit het met z’n karakter wel goed, maar een nieuwe baas gaat er nog een hele kluif aan krijgen. Met de nodige tijd, geduld en veel liefde kan dit wel eens een heel fijn maatje worden.

De cliënten die Ontmoeting begeleidt, groeiden soms als kind of als tiener op in een situatie waarin ze veel tekortkwamen. Waar ze liefde, een veilige plek en structuur nodig hadden om te leren, moesten ze het zelf maar uit zien te zoeken. Dan groeien dingen scheef, dan gaan er dingen mis. Maar wat is er mooier dan mensen weer tot hun recht te zien komen. En dat is hard werken.

Vallen en opstaan

We hadden hem al eens op de website van het asiel gezien: Choco, een soort kleine bruine labrador met witte pootjes, een halve staart, een vriendelijk koppie en een wat onbestemde blik. Uit Oost-Europa van straat gehaald en in Nederland bij een alcoholist in huis beland.  Vermoedelijk heeft hij de nodige klappen geïncasseerd. Een valse start. Onze eerste wandelingen waren een drama. Choco had geen idee of mijn intenties wel goed waren en hij bleef angstvallig op afstand.

We zijn een paar maanden verder en het gaat steeds beter. Een koekje wordt voorzichtig aangepakt en een aai wordt toegestaan. Af en toe vergeet hij even dat hij bang is. Kleine succesmomentjes. Maar dan stap ik per ongeluk op een grote tak, die krakend in tweeën breekt. Choco krimpt in elkaar en gaat zover mogelijk bij me vandaan lopen. We kunnen weer helemaal opnieuw beginnen.

Als hulpverlener heb je ook te maken met die ‘terug-bij-af’-momenten. Je cliënt was net zo ver: hij had een baan, hij kreeg voorzichtig weer contact met zijn familie en hij was al vijf maanden clean. Ineens is daar die onverwachte tegenvaller. Zijn wereld stort in, hij raakt in paniek, ziet het niet meer zitten en grijpt weer naar de drugs. Alles wat hij had opgebouwd, lijkt onderuit te gaan. De schouders er weer onder. Ga er maar aanstaan.

Onze vaste asielhond loopt vandaag een proefrondje met een mogelijke nieuwe baas. En dus krijg ik Jessie mee. Een vrolijke naam en ik verwacht een leuk lief hondje. Maar oeps, het is een soort potige compacte buldog. Eén brok spieren en levenslust. Type baas: sportschool, tatoeages, kettingen en camo broek, schat ik zo in. En de hond is zeker niet moeders mooiste. Absoluut niet het soort hond waar ik blij van word. Maar goed, je bent vrijwilliger of je bent het niet.

Moedig pak ik de riem en na een onstuimige begroeting word ik met een vaart het asiel uitgetrokken. Het is meer afremmen dan wandelen, maar Jessie geniet met volle teugen. Als ik hem na een tijdje wat zie ontspannen en de eerste stress is verdwenen, is er zelfs tijd voor een knuffel. De buitenkant zal nooit mijn smaak worden. Maar vanbinnen is het gewoon een hele blije hond. En zo geniet ik toch óók van deze wandeling.

Als intaker zie en spreek ik nogal wat mannen en hoor ik de nodige levensverhalen. Bij sommigen heb ik ‘gevoel’.  Ze wekken sympathie of meeleven op. Maar ik moet bekennen dat er ook mannen bij zijn die eerder het tegenovergestelde oproepen. En toch: neem eens de moeite om voorbij het uiterlijk, de afwerende houding of de criminele voorgeschiedenis te kijken. Je ontdekt soms meer dan je op het eerste gezicht dacht.

Kito is ons nieuwe wandelmaatje. Een grote ranke lichtbruine hond van 2 jaar oud. Hij is al een jaar in het asiel en is vanuit Roemenië via omwegen naar Nederland gekomen. Wat hij allemaal heeft meegemaakt, zullen we nooit weten. Wel merken we dat hij doodsbang is als hij mij ziet. Het asielpersoneel is intussen vertrouwd geworden voor hem, maar van die grote vreemde man moet hij niets hebben. De eerste keer moet één van de medewerkers zelfs mee tot aan het hek, anders wil Kito niet mee. We benutten de lengte van de riem maximaal: ik aan het ene eind, Kito aan het andere. Een onverwachte beweging of geluid geeft een schrikreactie. Oogcontact en aanraking vermijd ik. Zover zijn we nog lang niet.

Met onze cliënten is het soms niet anders. Ze hebben een geschiedenis achter de rug van ellende, pijn, delicten. Allerlei instanties hebben wat over hen te zeggen. Dat doet wat met je vertrouwen. Op je hoede zijn is van levensbelang. De duidelijkheid en structuur binnen de gevangenis creëerden nog een soort veiligheid. Je wist waar je aan toe was. Maar buiten, al is het bij goed bedoelende hulpverleners, moet je alles weer opnieuw uitvinden.

Hulpverlenen is dan ook: afstand houden. Niet te snel willen. Laat eerst maar eens zien dat je betrouwbaar bent. De rest komt later.

Mensen. Daar draait alles om in mijn werk bij Ontmoeting Epe. Prachtig werk, daar niet van. Maar qua vrijwilligerswerk besloot ik het eens over een andere boeg gooien: honden. Zelf hadden we jarenlang honden, maar op dit moment is dat praktisch niet zo handig. Ik miste het wel, een hond in huis en lange wandelingen in het bos.

Maar voor wie denkt in mogelijkheden zijn er altijd kansen. In dit geval bij het plaatselijke dierenasiel. En zo maak ik al een paar jaar lang twee keer per week lange boswandelingen met een ‘hond-met-een-rugzak’. Een win-winsituatie. Ik geniet van de hond en van het bos en ik doe eens iets heel anders. De hond went aan het omgaan met mensen, wordt gaandeweg wat socialer en vindt hopelijk uiteindelijk een nieuw thuis.

Eerlijk is eerlijk: ik begin steeds meer overeenkomsten te zien tussen mijn werk bij Ontmoeting en het vrijwilligerswerk bij het dierenasiel. De gevolgen van een moeizame start en een pijnlijk verleden. De moeite of het onvermogen om te voldoen aan wat er van je verwacht wordt. Angst, wantrouwen en onbegrepen gedrag. De hindernissen bij het ‘resocialiseren’ en de do’s en don’ts.

In de column ‘Uitgelaten’ neem ik je mee in de wereld van de asielhond. Een andere invalshoek kan soms helpen om weer eens fris naar je werk te kijken.

En vooral: naar jezelf.