Dutch

Soms heb je van die dagen dat alles om je heen gewoon vanzelf gaat, zonder dat je ze echt bewust beleeft. Vandaag is dat zo’n dag.

Wij, mijn man, mijn Zoon en ik gaan elk jaar met Pasen naar familie toe. Zij wonen net dichtbij genoeg om lopend naar ze toe te gaan. Elk jaar heb je dan spijt op de terugweg dat je lopend bent gegaan, omdat Pasen vieren al de nodige energie komst. Maar goed hè, eens per jaar moet je gewoon voldoen aan al die verplichtingen die erbij komen kijken en de dagen leven zoals van je verwacht wordt.

Familiemoment

We zijn met de hele groep naar de kerk geweest, hebben daarna koffiegedronken en zijn nu onderweg naar huis. Jozef, mijn man en ik blikken terug op de dag. We gaan na wie er allemaal was en wat onze familieleden voor ons betekenen. Op dagen als deze spreek je nog eens mensen die je het verdere jaar niet tegen komt. Dat geeft de bijeenkomsten rondom Pasen z’n charmes.

Het valt ons mee dat onze Zoon elk jaar mee gaat. Op een gegeven ogenblik vindt een kind het niets aan om met Zijn ouders mee te gaan en gaat liever op stap met Zijn eigen vrienden. Ik wacht nog steeds dat ogenblik af bij onze Zoon. Jozef en ik zijn het er samen over eens dat het prima is, zolang we maar weten waar Hij uithangt.

“Ehm Jozef weet jij eigenlijk waar je onze Zoon uithangt nu, hoe laat heb je met Hem afgesproken dat hij thuis zou komen?” “Ik dacht dat jij dat met Hem had kortgesloten.” “Nee, dat heb ik niet gedaan. Ik ben er van uit gegaan dat jij dat op zou pakken.”

Paniek

We besluiten om terug te gaan naar onze vrienden om te zien of Hij daar is gebleven. Daar aangekomen vertellen onze vrienden dat Hij niet bij hen in huis is. Mijn hart gaat als een razende tekeer en ik voel sterke paniek op komen. Op dit moment is het zo laat dat het geen zin heeft om verder te zoeken. We gaan er van uit dat Hij bij een vriend in blijven slapen.

Het is een behoorlijk grote stad waar wij zijn en mijn Zoon kan echt overal zijn. De nieuwe morgen brengen we door moet zoeken in de stad. Maar we vinden onze Zoon niet. Op de derde dag stelt Jozef voor om nog terug te gaan naar de kerk waar we vandaag geweest zijn, in de hoop dat onze Zoon misschien daar is. Het lijkt mij onwaarschijnlijk, maar niet geschoten is altijd mis.

Zijn eigen gang

En wat denk je, ja hoor, daar is Hij blijven kletsen met de mensen die een leidende positie vervullen in de kerk. Ik luister naar hun gesprek. Mijn Zoon stelt vragen over de Bijbel aan de leiders. De leiders in de kerk hebben veel kennis over de Bijbel. Ze leren hem geschiedenissen. Maar ik hoor ook dat mijn Zoon daar niet zomaar genoegen mee neemt. Hij legt de leiders Zijn visie op de geschiedenissen uit. Ik kan in hun ogen zien dat ze verbaasd zijn over wat Hij allemaal weet. Ik begrijp niet waarom deze geschiedenis heeft moeten gebeuren, maar ik weet dat Hij, mijn Zoon, de Alwetende God is.

Is hij jou wel eens opgevallen? Die ene man die onderin de gang zit op het station van Ede-Wageningen. Typisch een zwerver. Plastic tasje naast zich, wie weet wat daarin zit. Een kartonnen doos die moet functioneren als stoel, ik moet er niet aan denken om daar de hele dag op te zitten. Een dag doorbrengen op collegestoelen bezorgt mij al wiebelende benen. Elke keer als ik weer langs hem loop, besluipt mij een onbehagelijk gevoel. Nodig ik hem uit om te komen eten bij mij thuis of zal ik gewoon doorlopen?

Tot nu toe loop ik steeds voorbij. Net als alle anderen. Ik haast mij naar de trein. Precies op tijd. Ik neem hijgend plaats op een stoel en trek mijn rits tot bovenaan dicht. Een bord warme soep zou er best ingaan. Wensend dat de reis naar huis al voorbij was, schik ik mij in een gemakkelijke houding op de stoel, terwijl de trein zich in beweging zet.

Juist op dat moment valt mijn blik weer op de vermoedelijke zwerver waar ik twee minuten geleden aan voorbij liep. Ik mijmer over zijn leven. Stel mij zo voor dat hij gevlucht is en als vluchteling in Nederland is gekomen, afgaand op zijn zongebruinde huid. Mogelijk lust hij ook wel een bord soep. Ik schat hem rond de 50 jaar oud. Mijn vader is ook ongeveer zo oud. Wat als hij mijn vader geweest zou zijn?

 “Ik voel mij schuldig, en niet verantwoordelijk.”

Wat is goed of fout? Wees gerust, ik ga hier geen oordeel over uitspreken. Het maakt mij wel steeds opnieuw bewust van hoe veel ongelijkheid er is in deze samenleving. Enerzijds voel ik mij schuldig, omdat ik een opdracht voel om de ander te helpen. Anderzijds vergelijk ik mij met ieder ander op het station, anderen die ook allemaal doorlopen. Ik voel mij niet voldoende verantwoordelijk en weet niet of ik hem kan vertrouwen.

Op het moment dat ik de trein uitstap neem ik mij voor om moed te verzamelen om deze naaste uit te nodigen voor een maaltijd. Het gaat er niet om wie ik als mij naaste beschouw, maar of de ander mij als zijn naaste beschouwt. Met dit voornemen neem ik de volgende keer een bak soep mee naar het station.

Al een half uur sta ik te stampen op de grond, in poging om mijn ijskoude voeten warm te krijgen, te midden van de berenkoude sneeuw. Om mij heen staan nog vijftig andere loyale mensen te wachten op de bus, die op zich laat wachten. Maar, wij allemaal hebben één doel, één missie vandaag en die gaan we volbrengen. De kou gaat ons niet stoppen. Wij gaan niet afwijken van ons plan. Wij staan voor het leven!

Elke winter wordt er een stille Mars voor het Leven georganiseerd in Den Haag. Op deze dag staat het levensbegin en het levenseinde centraal. In deze blog neem ik je mee naar de keer dat ik hiervoor in stilte gelopen heb, om een signaal af te geven.

We wachten met een grote groep mensen op de bus om te vertrekken naar den Haag. Iedereen probeert zich enigszins voor te bereiden op de ijzige kou die we vandaag gaan trotseren op straat. Hier en daar liggen nog bergjes witte sneeuw in de bermen van de weg. Ik heb drie paar sokken aangetrokken en een thermosfles warme bouillon en dampende koffie mee, om niet te veranderen in een koude kikker. Vandaag is mijn missie: stil staan bij het Leven en daar in stilte voor vechten.

Aangekomen in Den Haag ben ik blij dat ik een paraplu bij me heb. Langzaamaan stappen er duizenden mensen uit de bussen die af en aan rijden. Iedereen verzamelt zich op het veld voor het podium.

We gaan niet de hele stil zijn. We verzamen ons met duizenden mensen op het Malieveld in Den Haag. Er is een podium opgezet waar sprekers het doel voor vandaag bekend maken, vrouwen hun waardevolle getuigenis geven en er muziekinstrumenten klaar staan om onze Schepper te prijzen. We zingen het lied van Christiaan Verwoerd: ‘Herstel ons’.

“U wilt het leven en niet de dood.

Ook voor de baby’s in de moederschoot.

U hebt hen geschapen.

U bent zelf hun Maker.

Heer, ontferm U over hen.

(…)

Breek door de duisternis heen met Uw licht,

Als een straal van de zon, dwars door de grijsheid van wolken.”

Precies op dit moment schijnt de zon met haar prachtige, schitterende stralen door de grijze, druppel loslatende wolken heen. Ik voel mijn hart een sprongetje maken. Joy overstemt mijn emoties en ik ontvang met een gelukkig gevoel de knipoog van God. Een diepe, indringende zucht van opluchting, dankbaarheid en happiness ontsnapt over mijn lippen. Hij is erbij. Mijn Maker. Onze Maker. Schepper van alle mensen die om mij heen staan op dit enorme grasveld. Thank You Lord.


Probeer je even voor te stellen: je loopt in de supermarkt. Je komt net uit je werk, moet nog even snel boodschappen doen, om vervolgens snel naar huis te crossen, want vanavond heb je ook nog een afspraak op je programma staan.

Terwijl je in de supermarkt loopt hoop je van harte geen bekende tegen te komen. Iemand die een verhaal met je wil aanknopen; daar heb je nu echt geen tijd voor. Je disciplineert jezelf. Lacht vriendelijk naar mensen die gigantisch in de weg staan, precies bij het rek waar jij nou net je pak melk moest pakken. Snel, snel, snel. Druk, druk, druk.

Is dit herkenbaar voor je? Is ‘druk’ één van jouw meest standaard antwoorden op de vraag: ‘hoe gaat het met je?’

Het druk hebben lijkt in te zijn. Het is een teken van voorspoed. Je bent goed bezig met je leven te leven. Je ontvangt begrip. Mensen zijn trots op je. Het wordt een gewoonte, ik heb het druk. De afgelopen tijd draaide het leven van veel mensen om druk zijn. We schieten vaak door in het één in het ander. We zijn of onwijs druk óf extreem ontspannen.

Het is in om druk te zijn.

Appjes op het toilet

Maar hoe ziet dat er dan uit, onwijs druk of extreem ontspannen. Nou, onwijs druk ziet eruit alsof je je hele agenda volgepland hebt. Geen ruimte voor spontane en impulsieve uitjes. Het gevoel van achter de feiten aan lopen en je werk nooit van z’n levensdagen af krijgen. De communicatie met de buitenwereld verloopt vooral via spraakberichtjes, die je onderweg in de auto opneemt of appjes die je op het toilet verstuurt. Als je niet oppast loop je een burn-out op.

Alles wat het tegenovergestelde is van onwijs druk, zou dan extreem ontspannen moeten zijn. Slenteren over straat zonder doel. Onvoorbereide picknicks. Ontspullen van je hele huis. Je werk afhebben voor dat je dienst om is. En live-talks met familie en vrienden. Waar herken jij je het meest in?

Wat is je doel?

Voor het schrijven van deze blog ben ik gewoon eens op een bankje gaan zitten in de stad en mensen gaan observeren. Hoe ziet het eruit als iemand druk is. Wat op viel was dat iedereen een grote, volgepropte tas bij zich had. Snel loopt en mensen inhaalt. De omgeving laat voor wat het is en recht op het doel af gaat. Plus een bedenkelijk gezicht. Wat opviel aan mensen die ontspannen voorbijliepen was: een slentertempo zonder einddoel, geen of een kleine tas, de omgeving in zich opnemend en een blik op oneindig.

Gelukkig zetten mensen zich steeds meer af tegen het druk zijn. Ontspanningsoefeningen, ontspullen, mediteren, buiten activiteiten ondernemen of een warm bad  nemen.. Nu is het dus oppassen dat we dáár niet in doorschieten.

Het leven is en blijft zoeken naar de juiste balans. Je leven wordt niet plotsklaps verlicht. Maar wat helpend kan zijn is: TIJD KOPEN. Vraag even tijd voor jezelf. Kom later pas terug op een aanbod. Neem de tijd om te bedenken wat je in balans houdt.

Op een blauwe maandag kwam ze -op haar paard Klein Witje- mijn leven binnenwandelen. Ze verbaasde mij enorm en ik was direct verkocht. Ze verbaast niet alleen mij, maar ook iedereen in mijn omgeving. Ze valt op met haar knalrode haar in twee vlechtjes, die eigenwijs hun eigen weg vinden. Haar kakelbonte, totaal niet matchende kleding maakt menigeen aan het lachen. Het plaatje is helemaal compleet als ze begint te praten. Haar ludieke, veel te optimistische verhalen zet mensen aan het denken en kan life changing zijn.


Mijn jeugdheldin in Pippi Langkous. Ze heeft mij een hoop levenslessen meegegeven. Ze is een bedacht karakter door de Zweedse schrijfster Astrid Lindgren. Wereldwijd heeft zij bekendheid gekregen met haar (prenten)boeken en filmpjes. Hi-la-risch! De meeste van jullie zullen haar bekendste uitspraak vast wel kennen namelijk: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’.


Haar levensverhaal is een over the top, een totaal niet-realistische story, maar wel superleerzaam en grappig. Het feit dat je als kind jezelf aanspreekt en zegt: ‘Ik zeg heel vriendelijke tegen mezelf, Pippi ga naar je bed’, is iets wat ik never zou doen. Al is het wel goed om jezelf soms af en toe te voorzien van een vriendelijke schop onder je billen. Ik kan mij herinneren dat ik altijd, maar dan ook áltijd, tijd probeerde te rekken. Even nog één kusje. Of: ‘Ik ben nog helemaal niet moe’, terwijl ik bijna de trap af viel, omdat ik stond te tollen op mijn benen.


Pippi staat bekend om het uithalen van streken samen met haar vrienden Tommy en Anika. Tommy is altijd in voor een geintje. Anika is de brave, corrigerende type van het stel. Samen zetten ze het hele dorp op stelten, maar alles vanuit een gunnende, liefdevolle intentie. En die onderliggende tone of voice vind ik fantastisch. Wat is er mooier dan andere mensen te laten delen in je geluk? En wat denk je van verantwoordelijkheid nemen voor de zorg van anderen, zoals mister Nelson, het aapje?


Haar lessen hebben mij ook geholpen een nieuwe uitdaging aan te gaan. Ik wist niet wat bloggen inhield en al helemaal niet hoe je mensen om je heen daarmee kan dienen. Ik twijfelde enorm of ik deze kans moest krijgen. Ik wist immers niets over bloggen/vloggen of een contentstrategie. Maar de uitspraak: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’, heeft mij over de streep getrokken. Ik wil je aanmoedigen om op het moment dat je ergens tegenop ziet omdat je niet weet of je de power hebt te kunnen maken, een voorbeeld te nemen aan Pippi. Kijk over de beren die je op je weg tegenkomt heen en gun jezelf een kans. Je leert er zoveel van.